steengoed

 

daar ben jij

op een steenworp afstand

je kijkt reikt uit blijft gastvrij

als kind schoot ik met mijn katapult

een kiezel tot ver voorbij de boerderij

de wereld wordt steeds kleiner

van dichtbij is een kiezel een kei

 

vroeger keilden we steentjes

over de Berkel

we zagen kringen in het water ontstaan

zich verbreiden verveelvuldigen verspreiden

om dan oneindig voort te gaan

een ritme van rimpelingen

zo raak jij mensen aan

 

hoe zal ik je noemen

goede buur verre vriend

vrijwilliger of naaste

naober dierbaar woord

zoetjesaan van plicht ontdaan

ik zie het ongeschonden lotsverbonden

als een rots in het Lochems landschap staan

 

je breekt een muur af

en bouwt een brug

een wegversperring

daar deins jij niet voor terug

je bent vindingrijk

trekt er je spoor omheen

dat ben jij je verlegt een steen

 

Helma Snelooper