Het verhaal van Beatrijs Schaap -Vos 12 mei 2020

In de knusse huiskamer staat een stoel met schapenvachtjes tegenover een bank waar de kussentjes opzij geschoven zijn en er een vrije plek is om te zitten. Aan de afstandsnorm is voldaan. Mevrouw Beatrijs is een oorlogskind, die heel wat meegemaakt heeft. Haar ouders hebben hun huwelijk niet vol kunnen houden door alle oorlogse onzekerheid en ellende. In 1940 is zij in “de mallemolen van het leven” gestapt waar ook zij haar eigen rondje rijdt. Op 5-jarige leeftijd is ze opgenomen in het huis van haar grootouders en tante, ouders en zus van haar vader. Een geweldige jeugd heeft ze daar. Tante neemt haar mee naar concerten en musea. Tot Beatrijs op 18-jarige leeftijd de verpleegster opleiding gaat doen. Haar leven lang is ze verpleegkundige met veel aantekeningen, geweest. Ze trouwt en krijgt een dochter en een zoon. Beatrijs krijgt een enorme dreun als de dokter haar na drie maanden, moet vertellen dat dochter Gwendolyn niet lang te leven heeft… Ondanks de vele zorgen is zij kort geleden 54 jaar geworden. Mede hierdoor mislukt het huwelijk van Beatrijs. Dan krijgt ene Jan een oogje op haar. Hij heeft 4 kinderen. Samen zijn ze nu 35 jaar getrouwd, waarvan de laatste 3 jaar apart wonend…. Jan, die bij een herenmode zaak gewerkt heeft, is een man die van een verzorgd uiterlijk houdt: eigen gebreide sokken en wollen truien. Samen delen ze de liefde voor muziek, fietsen, boeken, vreemde talen, musea. En samen gaan ze op pad: reizend, genietend, zorgend voor elkaar. Totdat Jan zich langzamerhand steeds meer gaat terugtrekken, een keertje niet mee gaat naar een jazz-concert. Maar zich ook steeds onrustiger en onzekerder gedraagt. Op een dag met de fiets de snelweg opgaat en niet te stoppen is! Van onderzoek wil Jan niets weten, totdat het niet meer gaat. Hij komt na een moeizame weg, op de Hoge Weide terecht. Wreed worden ze door meneer Alzheimer uit elkaar getrokken. Ondanks haar eigen fysieke problemen, zenuwpijnen op haar hoofd en in de hals, blijft Beatrijs overeind. “Het komt op je pad”. Elke dag gaat ze bij hem langs voor een kopje koffie of thee samen met wat lekkers. Als Jan dan even een aai over haar hand geeft, gaat ze zingend op de fiets weer naar huis. Dit uurtje is het nieuwe, dagelijkse en kleine genieten voor beiden, zeker voor Beatrijs. Daarnaast gaat ze ook naar het zwembad en een paar keer in de week naar de dagopvang. Hoewel ze rooms-katholiek is opgevoed, ondervindt Beatrijs veel steun van de kerk, de PKN in Lochem. Haar “lijntje naar boven” is altijd hetzelfde gebleven, daar voelt ze zich niet vergeten. Totdat corona voor grote veranderingen zorgt. De Hoge Weide gaat op slot. “Dat dit uurtje van mij, van ons hier allemaal, is afgepakt, vind ik het allerergste!! Dat het laatste stukje leven afgenomen is als hij een dezer dagen zou sterven…” Waar ze eerst heeft verlangd naar een uurtje lezen in plaats van Jan achterna lopen, vraagt ze zich nu af of dat nu zó belangrijk was… Nu gaat Beatrijs elke morgen rond koffietijd op de fiets naar Hoge Weide om even te zwaaien. Dan zit Jan voor het raam naar buiten te kijken. Tot haar grote blijdschap lijkt het wel of hij steeds alerter wordt. Laatst ziet hij haar aankomen en steekt een duim op! Zoiets moois… Beatrijs ziet er erg tegenop als straks de deuren van Hoge Weide open gaan… Heel voorzichtig, niet zomaar naar binnen bolderen… want: zal hij overstuur raken? Met gepaste afstand haar man te mogen zien… ze moet er niet aan denken! Hoe zal Jan zich voelen? Hoe zal zijn reactie zijn? Dat kan hij toch niet aan? Zal hij haar wel herkennen? Zij wil hem dan omhelzen, knuffelen, zoenen. Maar dat kan dan niet…1 ½ meter afstand…. Beatrijs weet niet of ze dat aankan. Haar enige wens is dat ze hem overleeft. Dat zij zijn laatste dagen met hem mag doormaken. Door corona is haar zusje onlangs overleden. Een Engelse vriendin ligt op de I.C. terwijl haar man daar net aan overleden is. Helaas kan Beatrijs niet naar haar toe.

Een heel aparte vorm van ‘mantelzorg’ verleent Beatrijs aan de vader van deze Engelse vriendin, corporal Hatch. Als Beatrijs over de begraafplaats loopt, gaat ze dikwijls langs een paar graven van Engelse soldaten uit 2e W.O., spreekt haar waardering en dank voor hen zachtjes uit. Zo’n 22 jaar geleden sprak de dominee in de kerk op 4 mei over speciale gasten: de dochter van corporal Hatch en haar man. Beatrijs herkende de naam van de eerste grafsteen. Zij is onmiddellijk contact gaan zoeken. Hieruit is een vriendschap ontstaan, die heel dierbaar is geworden. Zelf weet Beatrijs bijna niets van het verleden van haar eigen moeder. Nu kreeg dit graf een gezicht, heeft ze te horen gekregen welk mens er onder deze grafsteen begraven ligt. Dat hij een vrouw en drie jongen kinderen achter heeft moeten laten. Mede door haar inspanning weet de dochter van deze jonge Engelse soldaat die langs de IJssel is neergeschoten, hoe haar vader aan zijn eind is gekomen. Sinds die eerste ontmoeting zijn de vrienden regelmatig bij het graf op bezoek geweest rond de 4e mei. Terwijl Beatrijs ervoor zorgt dat het er het hele jaar door op speciale dagen een bloemetje of plantje staat. Haar paard op “De mallemolen van het leven” heeft niet stilgestaan. In volle galop leeft ze al 80 jaar. De tijd zal leren of de wens van Beatrijs in vervulling mag gaan: haar Jan overleven.